Je kent het misschien wel. Je kind heeft een fijne dag gehad. Er is gespeeld, gelachen en ontdekt. Maar eenmaal thuis lijkt het alsof alles verkeerd gaat. Het koekje breekt en ineens volgen tranen, boosheid en een enorme uitbarsting.
Terwijl jij denkt: “Schat, het is maar een koekje…” Voor jouw kind kan het op dat moment echt een grote teleurstelling zijn.
Op de opvang ging het toch de hele dag goed?
Als gastouder vind ik dit een van de interessantste dingen om te zien. Sommige kinderen spelen bij mij de hele dag heerlijk. Ze zijn vrolijk, doen mee en hebben het zichtbaar naar hun zin. Maar zodra mama binnenkomt om ze op te halen, kunnen de emoties ineens hoog oplopen.
Ouders herkennen dit soms ook thuis. En dan is de vraag begrijpelijk: “Waarom gaat het op de opvang wel goed en bij mij niet?”
Dat verschil betekent niet dat een kind liever op de opvang is, of dat een ouder iets verkeerd doet. Gedrag ontstaat altijd in een context. Aan het einde van de dag kunnen vermoeidheid, honger, prikkels en de overgang naar een andere omgeving allemaal een rol spelen.
Wat gebeurt er in dat kleine hoofd?
Bij jonge kinderen is het vermogen om emoties te reguleren nog volop in ontwikkeling. Ze kunnen teleurstelling en frustratie sterk voelen, maar hebben vaak nog ondersteuning nodig om weer rustig te worden. Dat noemen we co-regulatie: een volwassene helpt een kind met rust, nabijheid en voorspelbaarheid.
Gedurende de dag kunnen indrukken en kleine teleurstellingen zich opstapelen. Tijdens een overgangsmoment, zoals het ophalen van de opvang, kan de draagkracht van een kind tijdelijk kleiner zijn. Het gaat dus lang niet altijd alleen om dat ene koekje.
Dat emoties bij een vertrouwde ouder naar buiten komen, kan met de relatie en de veranderde situatie samenhangen. Maar het is geen vaste regel en op zichzelf geen bewijs dat een kind zich bij de ene volwassene veiliger voelt dan bij de andere.
Wat kun je als ouder proberen?
Blijf zo rustig mogelijk
Je hoeft de emotie niet meteen weg te praten. Een rustige stem en eenvoudige woorden helpen vaak meer dan een lange uitleg.
Erken de teleurstelling
Zeg bijvoorbeeld: “Je baalt dat je koekje kapot is. Dat is jammer.” Zo voelt je kind zich gehoord, zonder dat je het koekje hoeft te repareren.
Bied nabijheid aan
Misschien wil je kind een knuffel, misschien liever wat ruimte. Blijf beschikbaar en geef tijd om tot rust te komen.
Bewaar je grenzen
Boos of verdrietig zijn mag. Slaan of spullen gooien begrens je rustig: “Ik zie dat je boos bent. Ik laat je niet slaan.”
Maak de overgang wat rustiger
Een vast ophaalritueel, een rustig moment samen of even geen extra plannen kunnen helpen na een drukke dag.
Cher zegt
Ik moet mezelf er ook weleens aan herinneren dat iets wat voor mij heel klein lijkt, voor een kind ontzettend groot kan voelen. En eerlijk: zelf rustig blijven is op sommige momenten ook gewoon een uitdaging. 😉
Maar juist in die momenten kunnen we kinderen iets belangrijks meegeven: emoties mogen er zijn. Je hoeft ze niet meteen op te lossen. Je kunt een kind helpen om er stap voor stap mee om te gaan.

Hoe gaat dat bij jullie thuis?
Herken jij een kind dat op de opvang of school de hele dag goed meedraait, maar thuis soms een kleine vulkaan lijkt? Wat helpt bij jullie om de rust terug te vinden?
Iedere opvoedsituatie is anders. Door ervaringen te delen, kunnen we elkaar op nieuwe ideeën brengen.
Kleine inzichten. Grote groei.
Liefs,
Cher